• Favoriet foto-momentje

    Het was nog donker toen ik mijn ochtendwandeling met Wisky maakte. En het natte wegdek was hier en daar nog gevaarlijk glad. Ik was gewaarschuwd, nog even niet gaan Mortelen, gewoon nog even een paar uurtjes geduld hebben.

    Het gaat droogblijven voorlopig, dus wanneer het zonnetje doorkomt dan is dat het juiste moment. Het is al februari en de jaarteller staat nog maar op één. Hoog tijd dus voor het tweede bezoek.

    Een eindje over elf sta ik dan met mijn kijker omhoog gericht, de toren te scannen. Maar ik kan turen tot ik een ons weeg, geen enkel plekje toont me een slechtvalk. Mijn toch al niet zo hoge vertrouwen dat we met zijn allen naar de slechtvalken van De Mortel mogen gaan kijken over een paar weekjes daalt nog een stukje meer. Als ze zich niet laten zien....

    Ik besluit maar eens naar de achterkant te wandelen. Niet dat ik daar echt veel van verwacht (de voorkant is nu immers warmer), maar om het toch maar zeker te kunnen weten.

    Er zijn veel wandelaars, en hoewel ik dat wel leuk vind, betekent dat ook vaak dat bijvoorbeeld een ijsvogeltje dan al gevlogen is. Het is toch al erg rustig in het bos en daarbuiten.

    Ik stoom op tot aan de vistrap met de omgevallen boomstam er over heen. Dit moet straks toch absoluut een geweldig stekje zijn voor een ijsvogeltje, hoop ik haast hardop mompelend. Dan draai ik me naar de toren. Zie ik iets? Absoluut niet. In de lucht dan? Ik tuur en tuur, ik draai een rondje om mijn as, maar geen slechtvalk in de lucht, sterker nog, aan deze kant hoor ik weliswaar een groene en een bonte specht, maar ik zie niets meer dan een paar kraaien.

    Dan maar weer terug. Ik langs de Loop is er amper een vogeltje te horen, om maar niet eens over zien te spreken. Omdat er voor me weer een paar wandelaars het poortje met een klap dicht laten vallen, besluit ik het goede voorbeeld maar te geven en allereerst geruisloos over het bruggetje te lopen en vervolgens door het poortje te gaan en dan heel zachtjes dicht te maken. "Zo iedereen, hebben jullie het gehoord, zo maak je een poortje dicht!" Ik murmel het en verwacht niet dat iemand het hoort. Mensen na mij, sluiten het poortje met een zacht klapje. "Werkt het?"

    Ik loop eerst even naar de grote poel. Er staat een laagje wit ijs op, maar langs de kanten is het los. Dat is fopijs, weet ik al. Dan gaat het naar de oversteekplaats. Molshopen genoeg, geen verse koeievlaaien, het water perst zich over en tussen de stenen door. Wat is dit toch een mooi schouwspel. Op de toren? Niks te zien.

    Ik ga verder naar het achtuurboompje wanneer ik opeens drukte in de lucht zie. Een hele kudde duiven stuift alle kanten op. Ik probeer in de drukte te ontdekken of er een slechtvalk tussen vliegt, maar helaas dat lukt me niet. Wel zie ik dan de buizerd die ik al even hoorde aan de achterkant van het bosje naast me. Met een paar klappen met de vleugels zweeft de buizerd naar een berk aan de rand van het "omgevallen bosje". Het is het bosje dat je bij het inrijden van de HB-weg vanuit de weg De Mortel / Bakel links achter het veld dat vaak voor de mais bestemd is en soms ook een jaar braak ligt ziet liggen. Bij de zware storm van vorig jaar is het merendeel van de bomen daar als dominosteentjes tegen elkaar afgeknakt.

    Ik maak een paar foto's van de buizerd en kijk dan weer eens omhoog naar de toren. En dan zit daar zomaar ineens die slechtvalk op de kabel van de bovenste hark van de grote antenne. De valk is in gesprek. Het is duidelijk te horen, maar waar is nu die andere? Opeens zie ik bij de kleine antenne iets bewegen. Bingo, dat is nummer twee. Ik ga op pad om de valken zodadelijk vanaf de HB-weg beter te kunnen bekijken. De wandeling lijkt lang te duren. Iets voorbij de zandhoop en de oversteekplek stop ik even om te zien of de antenne-valk er nog zit. Helaas, zonder iets te zeggen is de valk verdwenen. Wanneer ik even later iets voorbij de toren op de HB weg sta, zie ik ook de andere valk niet meer. Ik wil teruglopen naar het spottersveldje, maar iets zegt me dat ik me nog even moet omdraaien naar de toren. Hoog in de lucht zie ik de valk, achter de berken langs de weg verdwijnend. Tempo omhoog en snel terug naar de spotplaats. De valk zit weer op de antenne, de ander zie ik niet meer. Maar vanwege de conversatie tussen de twee vermoed ik de valk nog steeds ergens in de buurt van het dak.

    Op het spottersveldje richt ik mijn camera op de valk in de antenne. De valk leunt ietsje voorover, slaat één keer met de vleugels en ik knip.... raak... precies het vertrekmoment heb ik in beeld. Dat zijn de mooiste plaatjes mits enigszins scherp. Ik probeer de valk te volgen maar deze verdwijnt achter de bomen naast me. Ik zoek in de lucht maar die blijft leeg en dan... opeens zie ik de tweede (?) valk vanaf het dak van de toren in dezelfde richting vertrekken. Het gaat richting De Mortel. Ik blijf nog heel even om een snelle terugkomst waar te nemen, maar de valken blijven even weg. Dan ga ik zelf ook maar eens richting De Mortel... naar huis.

    P1180962.jpgP1180964.jpgP1180965.jpgP1180966.jpgP1180968.jpgP1180970.jpgP1180974.jpgP1180975.jpgP1180976.jpgP1180977.jpgP1180978.jpgP1180979.jpgP1180980.jpgP1180981.jpgP1180982.jpgP1180983.jpgP1180984.jpgP1180985.jpgP1180986.jpgP1180987.jpgP1180990.jpgP1180994.jpgP1180995.jpgP1180997.jpgP1180998.jpgP1190005.jpgP1190011.jpgP1190012.jpg

       

  • Kuiko en de nieuwe wandelroute

    Ik wist het zo enorm zeker: gisteren zou direct na Nederland - Wit Rusland (4-0) om 22:30u het vierde eitje gelegd worden. Dat was geen schatting, nee dat was exact.

    Maar dan blijkt dat inderdaad in De Mortel alles anders is, althans op de toren van De Mortel, dan. Er kwam geen vierde eitje om half elf, en er kwam geen vierde eitje om half drie en ook niet om half zeven. Sterker nog: helemaal niet.

    Terwijl ik op de badkamer was, zal M met V gewisseld hebben. En om een lang verhaal iets in te korten: in de middag was ze al vanaf half negen niet meer gezien. Ook nadat ik Wisky had uitgelaten was er nog steeds geen spoor van V. En dan ben ik niet meer te houden: ik wil het weten: waar is die valk gebleven.

    Voor me loopt een wandelaarster die het veldje op gaat. Ik zet mijn auto langs de weg en loop haar achterna. Korte groet. Scan de toren. Geen valk te zien. Refresh op mijn foon, M op de eikes.

    Hoog boven de toren zweeft een buizerd. Het mag want er komt geen reactie. "Gebeurt er iets anders dan normaal?", vraagt de vrouw belangstellend.

    Ja, dat is de verkeerde vraag aan de verkeerde man gesteld (of is het de juiste vraag aan de juiste man gesteld?) In elk geval begin ik te vertellen en in de loop van het gesprek haal ik aan dat ik er wel een boek over zou kunnen schrijven. Haha, ik hoefde dat denk ik al niet meer uit te leggen.

    De dame op het bankje is bezig een wandelroute uit te zetten, de toren zal een van de onderwerpen worden die in de route besproken zal worden. Is het leuk wanneer ze mijn naam erbij vermeldt? En Kuiko lacht: zet er maar bij: Kuiko. In een paar zinnen leg ik uit wat ik hier doe en waarom ik me zo genoemd heb. Wanneer ze vervolgens verder wandelt en ik de toren nog eens goed in me opgenomen heb: nee aan deze kant geen V. Besluit ik ook maar eens te gaan wandelen, naar de achterkant natuurlijk, op zoek naar V.

    Zij gaat het bruggetje over, ik ga verder langs de Loop. Ik wijs op de kleur van het water, "ijzer-oer". Zij weet waar ik het over heb: de breukrand, de bron van alle Lopen hier in de buurt.

    Aan de achterkant kan ik ook geen valk ontdekken. Ook hier zit een buizerd. Ik hoor hem van dichtbij maar kan hem toch niet ontdekken. Ik wandel terug om het bruggetje over te gaan en langs de Loop naar het achtuurboompje te gaan. Daar kan ik de toren ook van voren goed genoeg zien. Ik zie een hoefafdruk van een van de koeien van de kudde grazers. Ik maak een foto en grap in mezelf "Angus was here". Dat dit even later nog een extra verhaal gaat opleveren weet ik dan nog niet.

    Er is een extra mini paddenpoeltje gevormd, ik hoor ze plonzen. Bij het boompje stop ik even, kijk naar de nestkast, kijk naar de koektrommel, kijk naar de stellages, kijk naar de antennes: NIKS.

    De refreshbeelden tonen dat ook M is verdwenen en op de wiphoekcam zie ik de gestalte die ik onmiddellijk herken als een duif. Achter me hoor ik de buizerds weer en ik besluit voorzichtig het bos in te gaan. De Wet van Gerrit negeer ik volkomen en dat bezuurt me onmiddellijk: ik loop en zoek de buizerd en dus zijn de ogen omhoog gericht. De Wet van Gerrit zegt: spottten is stilstaan en de ogen omhoog. Verderlopen is met de ogen naar onderen gericht. Flats ik ga bijna onderuit wanneer ik vol in een verse koeienvlaai stap. Gadver. Maar de buizerd hoor ik nog steeds en van dichtbij, waar zit ie toch? Flats. Daar ga ik opnieuw. Tsja hoe zat het ook alweer met die ezel en die steen?

    Vorozichtig stap ik verder, eerst het pad voor me scannend en dan zoekend in de bomen. "Daar gaat ie", de buizerd zag mij eerder en vliegt weg, te lastig om hem op de foto te krijgen. Maar ik krijg er wel heel veel voor terug: de groene specht gilt op, hij lacht me ronduit uit om mijn uitglijders van even daarvoor. Maar omdat ik de groene specht zoek, zie ik de grote bonte specht vliegen: en de raast voorbij een andere grote bonte en die... die krijg ik wel heel mooi in beeld om op de foto te zetten. Natuurlijk draait ie om de berkenstam heen, maar ik hebbem. 

    Verder gaat het. De stormachtige wind van eerder heeft een nieuw slachtoffer gemaakt. Een omgevallen boom verspert het pad totaal en ik moet door het slootje dat gelukkig droog is. Ik loop terug naar de toren. Loop verder naar het spottersveld, daar zit Gerrit ondertussen. Ik heb het warm en pak snel een flesje water. Ik vertel van mijn uitglijders en hoor nogmaals de Wet van Gerrit aan.

    Veel gebeurt er niet. Gerrit meent een duif te zien zitten bij de kleine antenne, maar twijfelt of het een prooirestant is. Ik vertel van de duif en dan wordt onze aandacht getrokken door een valk.... en nog een. De grootste zit voorop de achterste nadert snel. Het gaat steeds vlugger en mijn ogen raken de zon. Ik ben klaar met kijken want ik zie alleen nog blauwe bollen in beeld. Gerrit ziet waar ze achter elkaar omlaag duiken en achter de bossen verdwijnen. Nee geen felle strijd, opnieuw niet. Maar het mannetje verdedigt zijn nestkast meer dan uitstekend en hoewel een stuk kleiner laat ie zich door niets en niemand bang maken. Ik mag hem wel, die kleine man.

    P1190526.jpgP1190529.jpgP1190537.jpgP1190538.jpgP1190539.jpgP1190541.jpgP1190546.jpgP1190547.jpgP1190550.jpgP1190551.jpg

     

  • Moedig Strekpootje gaat het gevecht aan

    De vakantie is zowat voorbij, ik overdenk alle gebeurtenissen en concludeer dat het allemaal heel anders is gegaan dan ik had gehoopt. De Mortelbezoekjes waren uiterst miniem, het voelt alsof het slechtvalkenseizoen voor mij mislukt is. Het was erg weinig wat de jonkies ons hebben laten zien en of dat aan de vreemde winter en zomer ligt? Het zou natuurlijk kunnen. Desalniettemin kriebelt het altijd om even een onderzoekje te kunnen gaan doen. Het is iets over tienen wanneer ik besluit om zonder al te veel verwachtingen toch maar te gaan Mortelen.

    De Hemelsbleekweg is leeg. Geen auto's in bermen, geen auto's bij de toren, geen fietsers op het spottersveldje en geen wandelaars op het bankje onder de toren.

    Een gedeelte van de kudde Angussen staat aan deze zijde van de Loop te grazen. Een houtduif zit op een leeg voerplankje. Veel kraaien zitten in het veld, opmerkelijk, want kraaien zijn toch niet zo'n kuddedieren. Op de toren? Wat denk je? Aan de voorzijde: helemaal niks natuurlijk. Ik weet al dat ik niet lang op het spottersveldje zal verblijven. Er waait een stevige wind. Ik besluit een windjackje aan te trekken want ik heb geen zin om maandag met een koudje de werkweek weer te gaan beginnen.

    Ik besluit meteen door te gaan naar de achterkant. Ik hoop daar toch een paar valken te kunnen zien. Het zint me niet dat er zo weinig gezien worden, hoeveel zullen er nog leven? Zijn PA en / of VV nog wel gezien? 

    Peinsend loop ik langs het hoge waterpeil in de Snelle Loop. Het voelt als herfst, en tot mijn verbazing ziet het er ook uit als herfst. Diverse soorten paddenstoelen hebben zich al door een laagje naalden en dorre blaadjes omhoog gewerkt, sommigen zijn al geknakt door nietsvermoedende voorbijgangers en mogelijk hun honden. 

    Ik merk dat mijn hoofd vooral omlaag kijkt, zoek ik in mijn onderbewustzijn naar de overblijfselen van dode slechtvalken?

    Aan de achterzijde bij het betonblok valt me op hoe hoog het water staat. De stenige dam die ik nog maar een paar weken geleden gebruikte om de Loop over te steken is overspoeld met het water van de Loop. Ik ga verder door het poortje en een eind verder in het veld speur ik tevergeefs naar elk bekend plekje waar zich wel eens een slechtvalk op de toren begeeft. Ook de bomen waar wel eens een slechtvalk is gezien ontgaan me niet. Geen enkele slechtvalk te zien.

    Ik besluit mijn wandeling om het bos voort te zetten. Pas wanneer ik naar het poortje loop hoor ik de kreten van twee vogels die het hoogste alarm gillen. Het zijn vermoedelijk twee jonge gaaien die dit geluid produceren. Ik kijk, maar ik kan ze niet ontdekken. Verder gaat mijn wandeling. Dieper in het bos zie ik een stuk voor me een witte plek die de bruine bodembedekking breekt. Het is een plukplaats. Het zijn de veren van een duif, maar het karkas ontbreekt. Voor mijn gevoel wijst dit op de aanwezigheid van tenminste nog één juveniele valk, die het laatste stuk duif ter oefening meegesleurd heeft. Een stukje verder, wat dieper in struiken ontdek ik nog een verenplek. Een flinke veer valt me op, erg lang voor een gewone duif. Ook de plek oogt wat vreemd. Slechtvalken willen de ruimte om overzicht te houden. We hebben al gezien dat de juvenielen best wel eens in het bos een prooi nuttigen maar meestal is dat in wat open plekken, zoals de eerste plek die ik daarnet vond. 

    Ik kijk omhoog alsof ik de juveniel zoek die in een boom op me neerkijkt. Onzin natuurlijk. Ik kuier verder.

    Het is opvallend stil. Het is naseizoen, de vogeltjes hebben al voor hun nageslacht gezorgd en hebben geen reden meer voor het te berde brengen van hun hoogste lied. En omdat alleen mensen vreemd afwijkend en nutteloos gedraag vertoont, doen vogels dat niet. Niks doen wat geen nut heeft. Slimme beesten.

    Helaas is er ook geen spoor van een ijsvogeltje. Meestal een fantastisch alternatief wanneer de valken zich verstoppen.

    Peinsend ben ik bij het bruggetje voor ik er erg in heb. "Strekpootje", het stiertje met de aangeboren pootafwijking staat vlakbij een andere stier. Deze is een stuk forser, maar het in groei wat achtergebleven dappere stiertje laat zich niet wegjagen. Het is het instinct van het beest dat het zich weert tegen de concurrentie en naar het zich laat aanzien sta ik op het punt om getuige te zijn van zo'n mannengevecht.

    Het gaat er niet erg fel aan toe. Er zijn geen horens die voor bloedende wonden kunnen zorgen. Het zijn kopstoten die hooguit wat dof klinken. Dan realiseer ik me dat het zeer waarschijnlijk is, dat ik bij het ontvangen van zo'n kopstoot totaal knockout zal gaan. Ik zal het niet uitproberen. Strekpootje deelt uit en ontvangt. Een keer of tien haalt de een of de ander uit. Strekpootje moet de kracht uit drie poten halen, maar aan de reactie van de ander te zien komen zijn beuken toch ook behoorlijk aan. Dan zet de ander nog een paar keer flink aan. Het lijkt of Strekpootje er niet helemaal op bedacht was. Dan zakt zijn kop en begint hij te grazen. Het lijkt het teken voor de ander dat Strekpootje zich gewonnen geeft. Deze staakt dan ook het gevecht en blijft nog even triomfantelijk staan te kijken. Ik merk dat ik eigenlijk partij heb getrokken voor Strekpootje. Dan moet ik lachen: Robin Hood de redder van de zwakken.

    Het lijkt me niet verstandig om tussen de twee stieren door mijn pad te vervolgen en dus besluit ik om te draaien en terug te gaan naar het spottersveldje. Een goede keus, zo zou even later blijken.

    Ik sta nog niet op het spottersveld wanneer mijn oog valt op beweging in de lucht. Het is een kleine valk en meteen vermoed ik PA. De valk lijkt iets mee te dragen. Dan zet hij de landing in op de lamp aan de voorzijde van de toren. Een typische plek voor PA. Met mijn kijker zoek ik naar het raampje met de lamp. Het is PA en hij heeft een kleine prooi bij zich. Ik loop wat dichter naar de toren toe en maak ondertussen wat plaatjes. Dan besluit ik het knopje ook maar even op filmen te zetten. Bewegende beelden zijn er momenteel niet veel, dus wellicht is dit een mooie aanvulling.

    Ik hoor het geknor van het dieseltje van Piet. Hij rijdt me een stukje voorbij en parkeert het wagentje dan in de berm. Samen bekijken we hoe het prooitje genuttigd wordt. We bespreken de afgelopen week en ik leer daarvan dat de valken zich inderdaad nog steeds weinig laten zien, en dat een van de betere momenten in de vroege avond ligt. Piet heeft de twee oudervalken met nog minimaal één, maar mogelijk twee jonkies gezien op een avond eerder in de week.

    We horen de groene specht en ik zie waar hij landt. Mijn camera heeft daar meer moeite mee, op de gok schiet ik een plaatje en hoewel het niet scherp is: ik kan weer een vinkje plaatsen achter de soort: groene specht 2014.

    Veel valt er niet meer waar te nemen en we besluiten allebei weer te vertrekken. Terwijl we naar de auto's lopen stopt er een auto bj het spottersveldje. Wanneer ik er even later aan voorbij ga zie ik hoe een fotomodel door haar man op de foto gezet wordt :)

     

     

    P1040432.jpgP1040434.jpgP1040435.jpgP1040436.jpgP1040437.jpgP1040438.jpgP1040440.jpgP1040442.jpgP1040443.jpgP1040448.jpgP1040449.jpgP1040450.jpgP1040451.jpgP1040454.jpgP1040460.jpgP1040463.jpgP1040465.jpgP1040474.jpgP1040475.jpgP1040479.jpgP1040481.jpgP1040482.jpgP1040489.jpgP1040490.jpgP1040504.jpgP1040505.jpgP1040512.jpgP1040515.jpg

    {plusone}
    {flike}
    {fcomment}

  • Schade, heel veel schade

    Wat is het lang geleden... iedereen weet wat ik bedoel en ik ga er verder ook niet over uitweiden. 

    Het zat ook niet mee, want toen ik weer eens gelegenheid had, dat was veertien dagen geleden. Daags na de januari-storm, werd door politie- en hulpdiensten gewaarschuwd vooral niet naar de bossen te gaan. Bij Aarle-Rixtel (zeg maar "achter de toren") was zelfs een windhoos geweest. Mountainbikers parcoursen werden afgesloten. En mijn auto is me toch te kostbaar om een afgebroken tak op het dak te willen riskeren.

    Diezelfde auto bracht me er vadaag wel toe om toch even te gaan Mortelen. Een foutmelding op het electronische display zorgde ervoor dat ik vanmorgen toch even de hulpdiensten erbij heb gehaald. Wanneer de sleepwagen dan voor je auto parkeert schrik je toch even! Dat zal toch niet nodig zijn? Een reset van de software bleek (voorlopig) genoeg. Het advies: rij er straks toch maar even mee, komt de melding terug dan kom ik nog wel even terug.

    Tsja, waar rij ik dan naartoe? Het zal niet moeilijk te raden zijn.

    In de bermen van de Hemelsbleekweg liggen hier en daar wat opgestapelde afgebroken en afgezaagde taken. Ik heb meteen door waar dat van komt. Wat me nog niet zo opvalt is een veel grotere schade, maar daar kom ik later nog even op terug.

    Op het veldje gaat de blik in de richting van de toren. Valken te zien? Helaas, op geen van de gebruikelijke plekjes kan ik er eentje ontdekken. Ik hoor het geluid van iets wat op een takelwagen lijkt maar ik zie hem nog niet.

    Dan ga ik op zoek naar de valken. Dan pas ontdek ik dat het hek bij de toren open staat. Een geparkeerde auto in de berm brengt me op de gedachte dat er wellicht in de toren aan de cams wordt gewerkt.

    Maar dan zie ik de takelwagen op het terrein. Het machtige apparaat grijpt afgebroken takken en stammen uit de tuin bij "IJzervosje", de buurman van de toren. Dan zie ik hoe ik vanaf de straatkant een open zicht heb op zijn woning. Iets waar voorheen nauwelijks sprake van was door de bedekking door alle bebossing. "Er is daar veel schade", bedenk ik me. Ik hoop voor hem dat er niks op zijn woning is gedonderd, want dat gun je niemand.

    Ik snap nu de afwezigheid van de valken ook en vermoed al dat de achterzijde me ook niet veel wijzer zal maken. Toch ga ik op zoek. En dan zie ik de eerste grote omgeknakte boom. Ik herken de boom als die grote waar ooit eens een slechtvalk een poos in zat (nee, niet die bij het spottersveldje). En dan die andere, die is meegegaan in de val van de andere: de boom waar het voor hier zeldzame Witgatje ooit eens in ging zitten. Gelukkig was toen het levende vogelboek, Piet, erbij.

    Ik ga er (nog) niet naartoe en besluit de Loop te volgen. Het water staat vrij hoog. Aan de andere kant van de Loop zie ik steeds meer van de schade die dit bos heeft opgelopen. Verderop, wat aan de rand met het open terrein lijken de bomen wel als luciferhoutjes afgeknapt. Er hangen er diversen tegen elkaar aan. Ik voel hoe de haren op mijn armen wat overeind gaan staan. Ik loop verder en zie hoe hard de Snelle Loop nu over de vistrap zijn loop vervolgt. Bijna trap ik in een koeievlaai wanneer ik me door het wildpoortje heb geslingerd. Verder gaat het tot ik wanneer ik me omdraai een goed zicht heb op de toren. Geen valk te ontdekken, maar dat had ik al verwacht.

    En dan zie ik pas de schade in dit gedeelte van het bos. Berken, eiken en dennen overal liggen ze er gekakt of zelfs compleet ontworteld bij. Het zijn er alles bij elkaar tientallen. Opmerkelijk genoeg kan ik op het eilandje tussen de twee stromen van de Loop nauwelijks schade ontdekken.

    Op de paal bij het slingerpoortje ligt het glas van vermoedelijk een leesbrilletje op zijn eigenaar te wachten. 

    Ik ga verder terug en zie dan vanuit de teruglopende hoek pas hoe erg de schade aan de overkant van de Loop is. Het maakt me treurig. Daar zat de zwarte specht, daar zat de bonte specht. Ik loop ook even het bruggetje over om de "slechtvalk en witgatje" bomen te bekijken. Er zijn nog meer bomen omgeknakt dan ik al dacht. Ook achter de poel wijzen zwarte hopen op ontwortelde bomen. Oh en daar waar ooit de drie juvenielen een prooi verorberden en lastig werden gevallen door kraaien: zouden ze er nu gezeten hebben waren ze plat geweest. Plotseling kan ik het niet meer verdragen en wil ik niet meer verder gaan verkennen hoe erg het is. Ik draai me om en loop wat verdrietig terug. Bij de toren worden nog steeds grote takken opgetild door de kraanwagen. Ik loop door en wil naar huis. Bij de buren (vogelparadijs) word ik opgewacht. Hoe het mij gaat en hoe het met haar gaat. Of ik ondertussen opa ben geworden? Haha, jazeker. Mijn gezicht zal ongetwijfeld op "shiny" zijn gegaan. Want inderdaad: ik ben een supertrotse opa.

    Ook de storm passeert de revue. Dan wordt ik gewezen op de schade aan het kleine bosje dat als een haak achter het spottersveldje ligt en dan een uitloper heeft langs het deel van de Loop dat je niet kan zien. Ooit had Lambert daar zijn ijsvogelcamera staan. Ik kijk over het (mais)veld heen en zie nu pas dat deze smalle bosstrook eigenlijk wel zo'n beetje in zijn geheel om ligt. Jeetje Mina.

    Schade, heel veel schade.

     

    P1170137.jpgP1170139.jpgP1170141.jpgP1170142.jpgP1170143.jpgP1170144.jpgP1170151.jpgP1170152.jpgP1170157.jpgP1170158.jpgP1170160.jpgP1170161.jpgP1170162.jpgP1170163.jpgP1170165.jpgP1170166.jpgP1170167.jpgP1170168.jpgP1170169.jpgP1170173.jpgP1170174.jpgP1170177.jpgP1170179.jpgP1170181.jpgP1170184.jpgP1170190.jpgP1170192.jpgP1170193.jpgP1170194.jpg
     

       

  • Voetbalvriend

    Gisteren kwam mijn vrouw opeens binnen met een heel slecht bericht. Ze huilde en vertelde het verhaal. "Tinie is plotseling aan een hartstilstand overleden". En hoewel het zinnetje erg abstract oogt, wist ik onmiddellijk wie zij bedoelde. 

    Tinie is mijn grootste voetbalvriend. Hij was secretaris en later voorzitter in een tijd dat de club hem hard nodig had en hij deed een beroep op mij om hem bij te staan. Ook daarna bleven we elkaar altijd langs de rand van het veld op dezelfde plek (een meter of wat naast de cornervlag) opzoeken. De droge humor van hem is om nooit meer te vergeten. En om slecht nieuws te verwerken is er voor mij maar één plek: de omgeving van de Morteltoren.

    Het is geen vraag of ik even zal gaan Mortelen, al had het veertien graden gevroren, ik moet gewoon gaan. Ik ben er blij mee dat ik de eerste minuten alleen ben. Ik zie hoe een valk zich op de kleine antenne bij de wiphoek plaatst. Wandelaars komen langs en een van hen vraagt of er al iets te zien is. Mijn "ja" blijft zonder verdere uitleg en op de weg wordt gelachen. "Ja, zittie, maar hai zî nie wah". "Déh vroegde gai um ôk nie".

    Het zijn drie, vier seconden dat ik naar de weg kijk, het is voldoende voor de valk om spoorloos te verdwijnen. De valk in de nestkast zie ik op de refreshbeelden nog zitten. Ik ga maar aan de wandel. Dat is voor nu het beste dat ik kan doen... voor mezelf.

    Ik ben in het bos wanneer ik de wandelaars door het klappoortje zie gaan. Bij de laatste verwacht ik een knal, maar zij sluit het poortje zachtjes achter haar. "Hmm, eigenlijk krijg ik al een beetje spijt van mijn korte antwoord", peins ik. Ik ga zelf langs de Loop naar de achterkant van de toren. Ik zie hoe in de rechter vertakking van de Loop een tak in het water omhoog steekt. Het is een ideale plek voor een ijsvogeltje en daarom denk ik zeker dat deze tak er om dat doel in de Loop is gestoken.

    Op de toren is ook aan de achterkant geen valk te zien. Ik had niet echt iets anders verwacht, maar het ging me ook veel meer om de wandeling dan om de feiten. Sterker nog: ik hoor allerlei vogeltjes maar doe geen enkele moeite om ze te zien.

    Wel valt het me op dat de groene specht roept en van drie zijden antwoord krijgt. Dat is een hoopgevend feit.

    Wanneer ik voor de keus sta om over het bruggetje te gaan of terug te keren naar het spottersveldje, zie ik dat er mensen op het veldje zijn. Een van hen is Gerrit. Ik loop terug. Wanneer ik op het veldje stap is er behalve Gerrit nog één persoon meer. Ik vertel Gerrit over de treurnis van gisteren. Soms is het erg fijn om gewoon je verhaal te kunnen doen (lezer: wat je nu leest is ook niets anders dan dat).

    Wanneer we alleen achterblijven zien we opeens iets vreemds. Op de hoge antenne zit een valk en een ander gaat er naast zitten. Ik grap dat het lijkt of ze gaan paren, maar er blijkt wat anders loos. De ene valk verlaat de antenne en de ander volgt na een seconde of wat. En opeens is daar nog een volgende valk. In de lucht gaat het er niet al te vriendelijk aan toe. Gerrit ziet op de resfreshbeelden dat er nog een valk in de nestkast zit. Vier valken?

    De drie in de lucht vormen een twee tegen een meerderheid en de eenling wordt overtuigend weggebracht. De nestkast is nu leeg. Dan realiseren wij ons dat de cambeelden natuurlijk behoorlijk achter lopen op de werkelijkheid. We vragen ons nu af of het er wel vier waren.

    Wat later zet ik precies op tijd op de foto dat M de nestkast verlaat. Hij maakt vaart en hoogte en ik vermoed dat ie een prooi gezien heeft. Een volgend moment zie ik boven het bos een valk met ballast opdoemen. "Prooi !!!", roep ik. Gerrit ziet wat ik bedoel. Is het M die met deze zware duif aan komt zetten? Ik denk dat M op het moment dat de valk met prooi omhoog kwam, zelf iets verder naar rechts zat. De prooi is zwaar en moet wel een duif zijn. De duif wordt mee naar de koektrommel getorst waar er wat korte plukhandelingen zijn. Dan gaat de prooi weer mee de lucht in. Ondertussen komt ook Piet op het veldje gelopen. Voor het eerst dit seizoen zijn zowel Piet als Gerrit als ikzelf  bij elkaar op het veldje. Ik denk te weten dat de prooi mee naar de nestkast gaat en neem die maar alvast in beeld. Maar telkens worden de rondjes om de toren zwaarder en uit eindelijk landt de valk ergens op het dak waar wij het niet kunnen zien.

    In de nestkast zit een valk. We hebben er weer twee,... en een mooie duif.

    P1190555.jpgP1190556.jpgP1190561.jpgP1190562.jpgP1190563.jpgP1190564.jpgP1190565.jpgP1190569.jpgP1190571.jpgP1190574.jpgP1190575.jpgP1190579.jpgP1190580.jpgP1190583.jpgP1190585.jpgP1190586.jpgP1190587.jpgP1190588.jpgP1190589.jpgP1190591.jpg