Over een hooimijt, vlooien en aardappelplanten

Categorie: Bijzondere verhalen 2020 Gepubliceerd: woensdag 22 januari 2020 Geschreven door Kuiko
(Leestijd: 3 - 5 minuten)

Ik heb eerder al verteld dat ik op deze website af en toe een verhaal over de belevenissen van mijn vader gedurende de oorlog zou vertellen. Mijn vader leeft inmiddels niet meer, maar ik heb een paar van zijn verhalen al ooit eerder opgeschreven en ze toentertijd ingestuurd naar de website "het geheugen van gemert". Na een crash bleken twee van de drie door mij ingestuurde verhalen verloren te zijn gegaan, maar gelukkig vond ik mijn originele teksten in een verloren hoekje op een oude harde schijf terug.

Dit is het verhaal van mijn vader en zijn broer als onderduiker. Bij de inzendingen van anderen op "het geheugen van gemert" vond ik een opvallende match het verhaal van een van de maten van mijn vader in de oorlogsjaren. Zoals gezegd vond ik de originele tekst terug:

Over een hooimijt, vlooien en aardappelplanten

Eerder heb ik al over de belevenissen van mijn vader aan het begin van de oorlog verteld. Ik zou ook vertellen over zijn avonturen als onderduiker. Vanavond was hij op bezoek en tekende ik zijn verhaal op. Opmerkelijk is het als blijkt dat twee verhalen elkaar overlappen, namelijk dat van “opa” Van Mierlo en dat van mijn vader.

Marinus Kuipers, nu 84 jaar, toen een jaar of achttien, vertelt: “We hoorden dat alle jonge jongens zich moesten melden voor de “arbeidseinsatz” in Duitsland. Wat dat precies was wisten we niet, maar dat onze Harrie en ik daar niet veel zin in hadden stond vast. We hoorden dat er her en der leeftijdsgenoten ondergedoken waren en besloten daar ook voor te kiezen.
Soms kwamen er Duitse soldaten in de Peel, die gingen dan alle huizen binnen om te kijken of er jonge mannen aanwezig waren. Maar wij waren er dan altijd al vandoor. Dat kwam omdat postbode Van der Zanden uit Gemert ons vooraf kwam waarschuwen. Deze postbode zat in het verzet en hij heeft ons hiermee vaak gered.

Eén keer waren we net op tijd om bij boer Keursten in De Mortel tussen de aardappelplanten te duiken en daar plat te blijven liggen tot het donker werd. Later bleken nog meer jongens uit de buurt op deze manier te zijn gevlucht. We sloten ons bij elkaar aan en al snel waren we met een groep van zo’n negen man. Ergens in de buurt van de Smagt hebben we samen een hooimijt uitgehold en daar sliepen we dan. Het was er niet zo koud, maar we zaten onder de vlooien. Een paar man hield de wacht zodat we bij onheil konden vluchten. Als het kon gingen we overdag weer naar huis, zeer tegen de zin in van ons moeder. Tijdens het nachtelijke op wacht zitten hebben we soms ook een paar verzetsmannen zien langskomen. Zij hadden ergens in de buurt (Stippelberg) een ondergrondse schuilplaats en saboteerden ‘s nachts in Duitse uniformen het zoeklicht dat bij Schuurmans (?) bij Elsendorp stond. We hadden wel een idee waar ze ongeveer zaten maar exact wisten we het niet. Ondertussen zakte de hooimijt alsmaar dieper in en was het er nat, vies en kriebelig, maar de Duitsers hebben ons nooit te pakken gekregen en daar ging het om.”

Waaruit de groep onderduikers naast zijn broer Harrie en hijzelf precies bestond weet mijn vader niet meer met zekerheid te zeggen: Jan en Martien Crooijmans, neef Jan Cornelissen, Marinus en Wim Meulenpas, Jan van Mierlo (!), de gebroeders Van Bommel en Manders en Guus van Mill waren er allemaal wel eens bij.

Later heeft mijn vader nog verteld dat hij de ondergrondse schuilplaats van de verzetsmannen had gevonden. Ze waren echter doodsbang om gezien te worden want die verzetsmannen waren keihard en zouden getuigen niet hebben laten leven, ook niet al waren het landgenoten. Toen de oorlog al voorbij was is hij vaker teruggegaan, zelfs een keer samen met mij als kleine jongen in de jaren zestig. Hoewel hij vrij zeker was van de lokatie waar de schuilplaats was heeft hij deze nooit meer teruggevonden. Na zijn dood heb ik een boekwerkje over een dagboek van de schoolmeester van De Mortel gelezen (Meester Derks) en kwam ik een passage tegen die het mysterie wellicht oplost. 

De passage in het boekje "Het dagboek van meester Derks":

Donderdag 2 november (1944)

Vanmiddag naar de Stippelberg geweest om de ondergrondse schuiplaats af te breken teneinde hout te hebben voor te stoken....

Meester Derks beschrijft eerder in zijn dagboek op 22 september dat Frans van Bommel bij hen in de kelder verblijft, Frans was één van de onderduikers uit de "groep" van mijn vader en wist ook van de lokatie van de schuilplaats. Zou hij hem ook gevonden hebben toen het verzet de schuilplaats verlaten had en het aan Derks hebben verteld? In het dagboek wordt op 26 oktober (nota bene de verjaardag van mijn vader) ook beschreven dat hij naar de Stippelberg is geweest waar een tank over het achterste deel - de zandverstuiving - heeft gereden. Vermoedelijk heeft Derks het hier ook weer over de schuilplaats.

Voor de spotters van de Mortelse slechtvalken nog de aantekening dat in de nabijheid van waar nu de Morteltoren staat op 27 september 1944 een zeventigtal Duitse soldaten krijgsgevangen zijn gemaakt. Tijdens "Market Garden" zijn er in de buurt veel heen en weer troepenbewegingen geweest van Duitsers, Engelsen, Canadezen en Amerikanen die richting Veghel en weer terug en met name ook naar Overloon trokken waar een felle slag heeft plaatsgevonden.

 

 

Share
Hits: 238